De doelstellingen

Tijdens het stadsspel wordt gedurende 4 uren gewerkt aan de volgende doelstellingen:

  • Bewust worden van sociale kaart: de deelnemers komen in rechtstreeks contact met de verschillende (hulp)organisaties in hun eigen regio. Ze onderzoeken en ontdekken zelf de verschillende functies en taken van elke organisaties.
  • Drempel verlagend: Al spelenderwijs gaan de leerlingen langs verschillende organisaties, en stellen ze daar een fictieve hulpvraag aan de medewerker. Door dit eerste (echte) contact zal het voor de leerlingen gemakkelijker en laagdrempeliger zijn om in de toekomst deze organisaties te contacteren.
  • Geldbeheer: Aan de hand een fictief uitgavenpatroon en inkomen proberen de jongeren van hun schulden af te geraken. De jongeren leren de waarde van geld kennen.
  • Inzicht geven in schuldenproblematiek: In het spel worden zowel oorzaken van de problematiek toegelicht, als verschillende oplossingen om hiermee om te gaan.
  • Informatie op maat: De jongeren krijgen de vrijheid om op zoek te gaan naar antwoorden op hun eigen vraagstukken. Ze bepalen zelf hun traject en geven zelf aan welke informatie ze wensen te ontvangen. Dit resulteert in een zeer gedifferentieerde aanpak van elk spelmoment.

Door samen in het spel te stappen leren jongeren intens met elkaar samen te werken: samen analyseren, samen discussiëren, samen tot beslissingen komen, luisteren naar elkaar, luisteren naar meningen die misschien anders zijn dan hun eigen mening. Ze leren elkaar als gesprekspartner beter inschatten en meer respecteren.